Biografie

EddEddy van der Schouw xy van der Schouw (1963) is al sinds zijn twaalfde jaar bezig met theater. Hij was nog maar 15 jaar toen hij zijn eerste musical schreef en niet veel later in contact kwam met Jos Brink en Frank Sanders.

Jos volgde zijn ontwikkelingen, las Eddy’s teksten en gaf adviezen. Eddy kreeg intussen zang- en presentatielessen en deed aan klassiek- en jazzballet, show- en tapdansen. Vele malen stond hij in de coulissen tijdens de voorstellingen van de Brink & Sanders-musicals ‘Amerika, Amerika’ en ‘Evenaar’.

—“Ik vond het fantastisch om vanaf het zijtoneel alles achter en op de bühne te kunnen volgen: de changementen, de haastverkledingen, de inspanningen van de technici, de gedrevenheid, het enthousiasme en soms de stress van de acteurs.”

Tussen 1981 en 1985 reed Eddy menigmaal – eerst met bus en trein en later met de auto van zijn moeder – naar de voorstellingen ergens in het land.

“Ik zag keer op keer hoe zo’n musical op de planken
werd gezet. Ik genoot daar ontzettend van en heb er heel veel van geleerd. Ik stond die avonden altijd met kriebels in mijn buik op het zijtoneel; alsof ik ieder moment zelf dat toneel op moest. Ik wist het zeker: dit moest en zou ik later ook gaan doen.”

In 1985 werd Eddy geselecteerd voor ‘Madame Arthur’, de vierde musical van Jos Brink en Frank Sanders. Hij was 21 jaar toen zijn droom in vervulling ging en hij enthousiast aan de musical begon. Maar er kwam abrupt een einde aan. Eddy bleek een ernstige nierziekte te hebben en foto 10werd afhankelijk van dialyse. Na vele onderzoeken en operaties en na de niertransplantatie waarbij hij een nier van zijn vader kreeg, ging het uiteindelijk weer beter met hem en gaven Jos en Frank hem een nieuwe kans: Eddy kreeg een rol in de groots opgezette musical ‘Max Havelaar’.

Maar na vijf weken gfoto 11ing het mis. De nier van zijn vader stootte af. Eddy belandde opnieuw in het ziekenhuis en moest weer dialyseren.

Op 10 februari 1989 kwam het verlossende telefoontje en onderging hij een tweede niertransplantatie. In de jaren die daarop volgden, pakte Eddy alles aan wat op zijn pad kwam. Zo belandde hij o.a. in de horeca en was hij werkzaam op de lay-outafdeling van De Gaykrant. Uiteraard begon hij ook weer met schrijven, zingen en dansen, en op 13 november 1995 hingen de posters van zijn eigen musical aan de gevel van Koninklijk Theater Carré.

—“Ik was zo trots! Vooral omdat mij door de artsen was verteld dat ik na alle operaties nooit meer zou kunnen doen wat ik vóór ik ziek werd had gedaan. Maar ik speelde weer, vertaalde en schreef komedies en kluchten.”

Eddy leende in dLolsmurfie tijd ook zijn stem aan tal van tekenfilms zoals de Roze Panter, De Smurfen, Hello Spencer, Beertje Paddington en aan diverse figuurtjes uit RTL-4’s Tiny Toons.

In het voorjaar van 2003 verhuisde hij naar Enschede. Ondanks het feit dat zijn donornier het na 14 jaar nog behoorlijk deed, ging het beetje bij beetje slechter met hem en uiteindelijk moest hij wederom het werk in de studio en op het toneel laten voor wat het was.
—
“Mensen om mij heen vonden dat stoppen met professioneel theater niet hoefde te betekenen dat ik helemaal niets meer op dat gebied kon doen. Ze zeiden: ‘Dan begin je toch gewoon weer een amateurgezelschap’.”

Hoewel Eddy daar in eerste instantie geen animo en zeker geen energie voor had, werd in 2006 toch TheaterTeam Twente opgericht.

In diezelfde tijd kroop hij een keer in een jurk om een jongen te vervangen die deel uitmaakte van een groepje travestieten. Na dat optreden werd hem gevraagd solo op te treden en zo ontstond zijn alter ego Miss Edda.
Edda viel in de smaak en werd zelfs een regelrecht succes. Ze trad op met complete dinnershows, opende winkels, deed boek- en productpresentaties, verscheen op de meest uiteenlopende feesten en presenteerde allerlei evenementen. In 2009 werd Edda zelfs uitgeroepen tot ‘meest bruisende persoon van Enschede’.

—“Sinds ik in Twente woon help ik ook jonge mensen zich op het toneel thuis te voelen, en z
o leerde ik Linda Kinsbergen kennen. Linda had haar zangopleiding aan het conservatorium succesvol afgerond, maar voelde zich niet happy met de manier waarop ze geleerd had op het podium te staan. En ze wilde meer. We zijn aan het werk gegaan en het resulteerde uiteindelijk in haar eerste theatershow ‘This is My Life’.”

Door de nauwe samenAfbeelding 084werking en het regelmatige contact ontstond er in korte tijd een hechte vriendschap. Zo’n bijzondere vriendschap zelfs dat, toen Eddy in oktober 2009 te horen kreeg dat hij op zoek moest naar een nieuwe nier, Linda spontaan riep: ‘Dan krijg je een nier van mij’. Hoe fantastisch dat gebaar ook was en hoezeer Linda het ook meende, Eddy wilde daar niets van weten.

—“Mijn vader had ooit een nier aan mij afgestaan, wat jammerlijk was misluk; ik had via Eurotransplant een donornier gekregen die het 20 jaar had volgehouden maar er nu mee ophield… ik vond het mooi geweest.”

Maar Linda hield vol. Ze vond dat Eddy op z’n minst moest laten onderzoeken of zijn lichaam überhaupt nog een derde niertransplantatie aankon.

—“Natuurlijk wilde ik niet dood. Nog lang niet, ik was 47. Maar ik wilde ook absoluut niet dat Linda zo’n enorm risico voor mij zou nemen. Stel dat haar iets zou overkomen of dat ik het niet overleefde en zij voor niets een nier had afgestaan. Ik werd gek van die tweestrijd in mijn hoofd.”

Maar Linda zette door en Eddy ging overstag. Op 17 november 2010 vond de derde niertransplantatie plaats en kreeg hij een nier van Linda.
Na de transplantatie ging het steeds beter met hem, hij kon niet alleen verder met zijn leven, maar ook weer de dingen doen die hij altijd met zoveel plezier en inzet had gedaan.

—“Hoe dankbaar ik ben voor hetgeen Linda voor mij heeft gedaan, is niet in woorden, geld en cadeaus uit te drukken. Het is onbeschrijfelijk.”

Over de niertransplantatie van Linda en Eddy is de indrukwekkende d_DSC5881Bocumentaire ‘In Hart en Nieren’ gemaakt, die door de AVRO inmiddels drie keer is uitgezonden.

Vlak na de transplantatie is Linda weer begonnen met het geven van zanglessen en ze treedt regelmatig op. Eddy heeft, gezien zijn medische geschiedenis en leeftijd, uiteraard niet meer de energie die hij in de tijd van de Jos Brink-musicals had, maar is dankzij zijn optimisme, doorzettingsvermogen
en de goed werkende nier van Linda, wel weer in staat regelmatig in de huid van Edda en andere personages te kruipen.

Als presentatiecoach helpt hij anderen zich van hun beste kant te laten zien en zich veiliger en zelfverzekerder op het podium te voelen. En Eddy schrijft natuurlijk, en regisseert. Iets wat hij sinds zijn 15e jaar altijd is blijven doen. Naast het door hem geschreven boek ‘We hebben een Nier voor je!’, schreef hij diverse musicals, comedy’s en kluchten en heeft hij honderden liedteksten op zijn naam staan.

“Je moet zo lang mogelijk de dingen blijven doen waar je gelukkig van wordt. Mijn motto was en is nog steeds: Carpe Diem – Pluk de dag! Je weet namelijk nooit wanneer de situatie weer verandert of verslechtert of alles doodeenvoudig ophoudt te bestaan.”